Gedichten van Kalokerinos

Sorteren op: DatumScore

Fotografe

11 Aug 2011

Verscholen in het groen,
een camera geklemd in je hand,
je glimmende flits gericht op een vogel
aan de waterkant.
Uiterlijk zo rustig, maar van binnen slaat je hart
een balts van verlangen
om hem op gevoelige plaat te vangen

Je wacht, met engelengeduld,
op dat volmaakt moment
dat hij jou in het aura van de zon
zijn schuchtere blik toezendt
om hem te doen verstarren
met een flits en zachte zoem
en hem liefdevol te schenken
eeuwige roem.

Even later vlucht hij weer,
naar de boezem der natuur,
maar hij weet niet dat hij straks
bij een knetterend vuur
met zijn glanzend, kleurig verenpak
jou schenken mag
de apotheose van de dag.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10  

Kindertijd

11 Aug 2011

Waarom ben jij niet blijven steken
in mijn broertjes bruine knuffelhaar
of in de donzen warmte van mijn deken?
Waarom wilde jij niet slapengaan
achter het gordijn of in de maan?

Weet je in haar witsatijnen huid
luisterend naar feeëriek en lieflijk slaapgeluid
kon je liggen, veilig opgeborgen.

Maar je vluchtte.
De avond ruikt niet meer
naar kinderspelen en muziek,
enkel naar melancholiek
en de angst voor morgen.

Vroeger lieten wij nog onder ’t deken
onze knuffeldieren spreken,
konden wij nog van het laken
hun kasteel, hun huisje maken
of hun wijde, witte wereldzee.

Daarna nam een kinderlijke vrede,
ons wanneer we rustig sliepen
in haar vele dromen mee.

Nu slaapt alleen nog maar
mijn tweelingbroedergeest
in de kamer van de kinderen
die wij ooit zijn geweest.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10